Van portemonnee naar pasjeshouder: wat er verandert in een kleine tas

In een kleine tas is de portemonnee vrijwel altijd het probleem. Niet omdat er te veel in zit, maar omdat de vorm niet meebuigt: een dichtgeklapt model met muntvak en pasjesvakken houdt zijn dikte, ook als er maar drie kaarten en geen contant geld in zitten. Dat is de reden dat steeds meer mensen op een pasjeshouder overstappen.

Wat er daadwerkelijk in zit

De overstap begint met inventariseren. In de praktijk gaat het om een bankpas, een tweede bankpas of creditcard, een ov-chipkaart, een rijbewijs en een enkele klantenkaart. Dat is vier tot zes stuks, en daar is een houder op gebouwd. Wat niet meegaat is de stapel kortingskaarten en oude bonnetjes, en dat is precies de winst: een houder dwingt de selectie die in een portemonnee jarenlang uitblijft.

Munten en het bonnetje

Twee dingen vervallen bij de overstap en daar hoort een oplossing bij. Contant geld past niet in een pasjeshouder, dus wie regelmatig met munten werkt heeft een klein los muntzakje nodig of houdt de portemonnee achter de hand voor die gelegenheden. Papieren bonnetjes gaan ook niet mee. In de praktijk vangt de telefoon dat op, want vrijwel elke winkel biedt een digitale bon aan en de meeste banken bewaren de transactie zelf.

Leer, en wat het met de tijd doet

Een houder van echt leer wordt in gebruik dunner en soepeler, waar een kunststof huls hetzelfde blijft of gaat barsten op de hoeken. De kaarten drukken na een paar weken een lichte afdruk in het leer en de kleur diept uit, wat bij dit soort kleine spullen als voordeel geldt. Op lerengoederen.nl staan de modellen met de capaciteit erbij, zodat vooraf duidelijk is of een houder op vier of op acht kaarten gebouwd is.

RFID en waarom het meestal al geregeld is

Contactloze bankkaarten zijn op korte afstand uitleesbaar, en dat is de reden dat de meeste houders een afschermende laag hebben. Hoe groot het risico in de praktijk is, valt te betwisten, want een transactie vraagt meer dan alleen het uitlezen van een kaartnummer. Wel praktisch is dat een afgeschermde houder voorkomt dat twee contactloze kaarten elkaar bij een betaalterminal in de weg zitten, iets wat bij een ov-poortje en een bankpas in dezelfde houder regelmatig gebeurt.

Wat het in een kleine tas oplevert

Het verschil zit niet alleen in de dikte. Een houder is lichter, komt makkelijker uit een vak tevoorschijn en verdwijnt niet onder de rest van de inhoud. Bij een tas met een enkel hoofdvak betekent dat het einde van het rommelen bij de kassa. En omdat de houder minder ruimte inneemt, komt er in de tas plek vrij voor iets wat wel gebruikt wordt: een opvouwbare paraplu, een klein etuitje, een boek.

De eerste week

De overstap lukt zelden in een keer. De gebruikelijke gang van zaken is dat er in de eerste week twee keer iets blijkt te missen, meestal een kaart voor de sportschool of de bibliotheek. Wie een houder met ruimte voor acht kaarten neemt in plaats van vier, vangt dat op. Wie de allerdunste variant wil, houdt het op vier en accepteert dat een enkele kaart in de telefoon terechtkomt.